In de wachtkamer van de dood …

In 2005 schreef de toenmalige NRC journalist Anne-Mei The, na een twee jaar durende observatie in een Amsterdams verpleegtehuis,  een indringend pamflet over de Nederlandse ouderenzorg (‘In de wachtkamer van de dood’ – uitgeverij Thoeris). De stroom van negatieve berichtgeving blijft, ook in Vlaanderen, sindsdien aanhouden   (met titels als: “Zoveelste alarmbel voor de rusthuizen‘, ‘Rusthuizen stoppen fouten in de doofpot‘, ‘Rusthuis Tristesse‘, …) .  Gisteren was er de PANO rapportage op Eén die terecht de povere zorgverlening in een aantal commerciële woonzorgcentra hekelde. Wij willen hier niet inhoudelijk reageren (ons standpunt hebben wij eerder kenbaar gemaakt in het blogbericht: “Zeven minuten voor een ochtendtoilet?”). Vandaag gaat onze zorg uit naar onze medewerkers die, op een ogenblik dat zij dagelijks het beste geven van zichzelf,  dergelijke berichtgeving een plaats moeten kunnen geven. Naar aanleiding van een artikelenreeks in ‘Het Belang van Limburg’ omtrent  ‘Happy Aging’ schreven wij recent een vrije tribune.  De kern van ons betoog: ‘RESPECT’ voor zorgmedewerkers moet vandaag harder luiden dan ooit tevoren.

ZORGVERLENERS VERDIENEN RESPECT

Deze week verscheen in het Belang van Limburg een artikel waaruit blijkt dat slechts 1% van de Limburgers naar een woon en zorgcentrum wil verhuizen. Dit cijfer moet op zich niet verbazen: wellicht niemand onder ons wil graag zijn eigen thuis verlaten, de veilige haven waar men steeds terecht kan. En toch is dit de realiteit in België voor ruim 140.000 personen in hun laatste levensjaren. 

Een hoge leeftijd  gepaard gaande met multipathologie die resulteert in een sterke afhankelijkheid verhoogt de kans exponentieel dat een oudere niet langer thuis kan verblijven, ondanks de inzet van talloze  zorginstanties. De ruimtelijke concentratie van hoogbejaarde fragiele ouderen, waarvan de helft een dementie heel syndroom heeft, bepaalt het beeld dat de buitenwereld heeft van het  woonzorgcentrum. De confrontatie met de kwetsbaarheid en de lichamelijke afhankelijkheid, de ontmoeting met de ernstig dementerende persoon waarmede nauwelijks contact mogelijk is, de eindigheid van het leven is voor de buitenstaander dikwijls een rauwe werkelijkheid die doet besluiten: “dit nooit voor mij”. 

Komt daarbij dat de sector kampt met een negatief imago van “povere zorg”. De voorbije jaren verschenen dienaangaande enkele geruchtmakende dossiers.  Laat ons duidelijk zijn, kwetsbare bewoners hebben recht op de best mogelijke zorg en elk voorval van onvolkomen zorg is er één teveel. Maar het doet de sector en zijn medewerkers onrecht aan om voor te stellen dat dit de regel is.  Er wordt dan voorbij gegaan aan de toewijding van vele hulpverleners die, elke dag opnieuw,  naast  zware hygiënische zorgarbeid ook aandacht besteden aan de individuele psychosociale noden van elke bewoner apart.  Dit is een evenwichtsoefening waarvoor zij ons respect verdienen. Gelukkig weten betrokkenen, in eerste instantie bewoners en familieleden, deze inzet en engagement sterk te waarderen. Hoe kunnen wij anders de hoge tevredenheidsscores verklaren die stelselmatig worden gegeven bij onafhankelijke bevragingen over de kwaliteit van de geleverde zorgverlening. Er zijn weinig sectoren die een zo hoge ‘aanbevelingsscore’ kunnen voorleggen als de woonzorgcentra. Voorlopig kunnen wij de rimpels nog niet van het gelaat doen vergeten, wel kunnen wij een glimlach toveren



Categorieën:Beleidsnieuws, Uncategorized

Tags:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: