Levensmoeheid bij hoogbejaarden: ieders zorg

In de weekendeditie van 12 augustus opende “De Standaard’  het debat over ‘euthanasie naar aanleiding van levensmoeheid bij hoogbejaarden’. Het thema mag niet langer een taboe zijn, wordt gesteld.  In zijn editoriaal schrijft de hoofdredacteur Karel Verhoeven: “Het wordt een discussie over leven. Wanneer vinden we het leven zinvol? Hoe heroïsch willen we daarin zijn? Vanaf wanneer roepen we de dood in? En hoe zorgen we ervoor dat we geen morbide maatschappij worden die een doodsdrift legaliseert. Als eenzaamheid een belangrijk argument wordt, of gêne voor het veroorzaken van te veel zorg, falen we. We hebben dus nood aan een discussie die open is voor nieuwe ervaringen over leven en dood zonder nieuwe normen te zetten. Als het parlement er niet toe komt, moeten nieuwe democratische overlegvormen er zich maar eens aan wagen’. Wij namen direct de uitnodiging op en zoomden in onze opiniebijdrage (verschenen op 17 augustus) in op euthanasie gerelateerd aan polypathologie. 

Het recente debat over euthanasie bij psychiatrische patiënten liet vermoeden dat spoedig ook de hoogbejaarden, en in eerste instantie personen met dementie, ter sprake zouden komen. Deze krant trekt de discussie breder open naar het vraagstuk van levensmoeheid, verbonden aan polypathologie. De aandacht hiervoor komt niets te vroeg omdat het gelijktijdig voorkomen van chronische ouderdomskwalen en de gevolgen hiervan op het welzijn van betrokkenen, aan belang wint als grond voor aanvraag van euthanasie. Polypathologie maakt de hoogbejaarde erg kwetsbaar omwille van de groeiende afhankelijkheid op vele fronten. De clustering met specifieke life events, zoals het verlies van een partner, leidt bij sommigen tot een existentiële crisis: ‘zo wil ik niet verder’. De draagkracht is zodanig, al dan niet tijdelijk, aangetast dat men werkelijk ‘lijdt aan het leven’. Uitspraken als ‘zij mogen mij komen halen’ of ‘het leven heeft mij niets meer te bieden’ geven aan dat de kwaliteit van het leven sterk is afgenomen.

Zorgverleners in woon- en zorgcentra worstelen vanzelfsprekend met deze vragen. Zij vragen zich af wat ze nog kunnen toevoegen aan dit gehavende bestaan. Wij moeten eerlijk durven bekennen dat, zelfs als alle voorwaarden van psycho sociale en relationele opvang zijn verzekerd, er grenzen zijn aan de heelkracht. Waar bewoners zinloosheid, verlies van controle en vitaliteit ervaren is er dikwijls machteloosheid bij degenen die dagelijks naast het bed staan. Betrokkenheid, empathisch luistervermogen en niet in het minst “voldoende tijd” zijn alvast belangrijke voorwaarden in de omgang met deze noodkreet. De ethische reflectie over hoe te handelen bij levensmoeheid is dus ook verbonden aan de vraag over de financiering van de ouderenzorg.

De discussie ten gronde reikt dus verder dan deze over het zelfbeschikkingsrecht, maar roept ook politiek-maatschappelijke vragen op. Vandaag is er ongetwijfeld nog steeds een groot draagvlak voor ondersteuning van ouderen, toch blijkt de intergenerationele solidariteit wereldwijd onder druk te staan. De voorbeelden zijn legio: de Japanse Financiën minister Taro Aso die, verwijzend naar de hoge kost van de vergrijzing, de oldest old oproept om na te denken over een zelf geïntitieerd levenseinde,  de gezaghebbende Engelse gezondheidsfilosoof Warnock bepleit voor personen met dementie de ‘duty to die’, de Amerikaanse ethicus Callahan staat een leeftijdsgerichte discriminatie voor bij gezondheidszorgen omdat ouderen ‘hun fair deel’ hebben gehad. In Vlaanderen is er de recente V.U.B. studie over solidariteit waarbij de Vlaming duidelijk is: indien er bespaard moet worden in de gezondheidszorg dan verwijst men naar hoogbejaarden. Welke suggestie gaar er van deze boodschappen uit ?

Ten gronde moet onze samenleving, die aan de vooravond staat van een sterke vergrijzingsgolf, zich bezinnen over de plaats van hoogbejaarden. Hierbij is er een zekere paradox. Aan de ene zijde worden zeer aanzienlijke middelen gespendeerd aan gezondheidszorg voor hoogbejaarden. Er kunnen zelfs, vanuit het frequent voorkomen van therapeutische hardnekkigheid, kritische vragen gesteld worden of elk medisch handelen zinvol is. Aan de andere zijde zetten wij nauwelijks in op de hier gestelde problematiek van ‘lijden aan het oude leven’. Een verdere uitbreiding van euthanasie, die vandaag via de weg van polypathologie insluipt en zelfs realiteit is, lijkt ons alvast niet het antwoord te zijn omdat de noodkreet van ouderen slechts zelden over een effectieve doodswens gaat.

Laat ons een sereen debat voeren zonder direct insluipende polemiek. Als het euthanaserend handelen als “barmhartig” wordt omschreven, hoe benoemen wij dan de niet aflatende zorg om iemand nabij te blijven? Misschien moet ieder voor zich, en in eerste instantie degenen die vandaag zorgvrij leven, de vraag beantwoorden welke solidariteit zij wensen op het ogenblik van een gezegende leeftijd of op het moment dat het noodlot toeslaat.

Abrahams johan



Categorieën:Beleidsnieuws, Vzw

Tags:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: